Gerrit Achterberg

In het achterste deel van de oranjerie van Ridderhofstad Sandenburg is de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) geboren. Zijn vader was als koetsier in dienst van de familie Van Lynden van Sandenbrug. Het is alsof enkele gedichten zijn geïnspireerd op zijn herinneringen aan het landgoed Sandenburg. Bijvoorbeeld Jachtopziener en Verslaggever.

JACHTOPZIENER
Ik kwam in ’t park de jachtopziener tegen
en vroeg hem naar de stand van het roodwild.
Hij draaide er om heen en trok verlegen
met een schoenpunt raadsels in het grint.
Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen
en hij mij wederkerig goedgezind.
Waarom werd ik opeens geheel ontsteld
of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?
Er is er dikwijls één meer dan ik tel
zei hij bezorgd en keek me in de ogen.
Waanzin en waarheid lagen in de zijne
voortdurend voor elkander te verschijnen.
De bomen stonden naar ons toegebogen.
Toen klonk ginds op het huis de etensbel.
(uit: Spel van de wilde jacht, 1957)

VERSLAGGEVER
In ’t oude koetshuis is het feest begonnen.
Ondergeschikten zijn niet meer te kennen.
Heren in rok, dames in baljaponnen,
ze moeten even aan elkander wennen.
Houtvesters in manchester doen de ronde.
Boswachters, koddebeiers, polderjongens
dansen met keukenmeiden, pachtboerinnen.
Staatsbosbeheer heeft zich niet laten kennen
en uit zijn midden waarnemers gezonden.
Het tuinbeeld staat op tafel voor de gijn.
De heer van allen zit mee aan de dis.
Hij heeft geen schuld aan de geschiedenis.
Mijn vingertoppen zijn met inkt besmeurd.
Voordat er weer iets ongewoons gebeurt
nemen wij afscheid en de laatste trein.

Gerrit Achterberg is niet alleen beroemd vanwege zijn poëzie, maar helaas ook door een moord die hij pleegde op zijn hospita en een poging tot moord op haar dochter. (bron: Nieuwe Tilburgsche Courant 16 december 1937).
krant achterberg.png

Advertenties