Langbroekerwetering

Het gebied tussen Odijk en Wijk bij Duurstede was in de 12e eeuw in bezit van de bisschop van Utrecht. Deze gronden waren lange tijd stroomgebied van de Kromme Rijn geweest. Het moerasgebied kreeg de naam ‘Langbroek’: dat betekent ‘lang(gerekt) moeras’.

In de 12e eeuw groeide de bevolking en steeg de behoefde aan landbouwgrond. Dat was de reden dat ministeriales, mannen in dienst van de bisschop, opdracht kregen de moerassige grond te ontginnen. Deze ministeriales trokken boeren aan die het land wilden ontginnen. Het landbouwgebied dat zo ontstond, konden de boeren daarna pachten. Om de vochtige grond te ontwateren, groeven die boeren een kanaal van 15 kilometer lang: de Langbroekerwetering. Dwars op de wetering werden afwateringssloten gegraven die 110 meter van elkaar af lagen. Op de kavels ertussen, werden de boerderijen gebouwd. Ze stonden aan het kanaal, de landerijen strekten daarachter.

De ministeriales, die rijk waren geworden van de pacht, lieten aan weerszijde van het kanaal, imposante woontorens bouwen. Ooit stonden hier 25 woontorens en kastelen. Tegenwoordig zijn er nog 13 van overgebleven. De meeste liggen ten westen van Langbroek, tussen de Broekweg en de Doornseweg.


Molenstein uit 1865.

De kern van de huidige kastelen Hindersteyn, Weerdesteyn en Walenburg wordt nog steeds gevormd door zulke oude woontorens. Ze hadden een oppervlak van 8 tot 10 meter in het vierkant. De ingang lag op de eerste verdieping. Een toegangsladder of brug die er naar toe leidde, werd weggehaald als er gevaar dreigde. Bij Lunenburg is dat nog steeds te zien. Over de inrichting van de woontorens is weinig bekend. Mogelijk waren op de begane grond van de woontoren de voorraadkelders en werd er op de verdiepingen daarboven gewoond. Op de voorburcht stond waarschijnlijk allerlei bebouwing met meer leefruimte. Rondom de woontorens werden grachten gegraven ter verdediging. Langs het kanaal verrezen poortgebouwen die de toegang vanaf de weg tot het kasteelterrein afschermden. Omstreeks 1540 kregen veel van deze woontorens de status van ridderhofstad. Als de hoofdbewoner van adel was, verkreeg hij na 1580 een zetel in de Staten van Utrecht.


De woontoren van Lunenburg uit de 13e eeuw.

Toen de woontorens hun militaire functie verloren, kregen ze vooral een representatieve functie. Veel woontorens werden in die tijd verbouwd tot zomerverblijf. Ze kregen woonvleugels en de torens werden aangepast aan de mode van die tijd. Veel grachten werden gedempt. Veel kastelen langs de Langbroekerwetering zijn in de 19e eeuw verbouwd en kregen een neogotisch uiterlijk. Deze bouwstijl is goed herkenbaar aan de puntboog vensters. Bij Hindersteyn is dit bijvoorbeeld nog te zien, maar in de 20e eeuw zijn bij een aantal andere kastelen de neogotische elementen weer geheel verwijderd. Sandenburg is nog geheel in gotische stijl. Maar wel een bijzondere vorm: de Willem II-gotiek, genoemd naar de Nederlandse Koning Willem II, een vroege neo-gotische bouwstijl met de invloed van Engelse neo-tudorstijl.

woontoren graphic

De woontorens van de Langbroekerwetering
Woontorens of ‘donjons’ vormen de oudste kern van de meeste kastelen aan de Langbroekerwetering. De woontorens kennen verschillende bouwfasen:
1 Mogelijk hadden de stenen woontorens, vòòr de 13e eeuw, houten voorgangers. Ze werden bij voorkeur gebouwd op een zandrug te midden van het land dat nog ontgonnen moest worden.
2 Veel woontorens werden rond 1550 erkend als ridderhofstad. In die tijd hadden ze meestal een schilddak, een weergang met kantelen en kleine vensters. Een steile houten brug liep naar de ingang die op de eerste verdieping was gelegen.
3 Rond 1650 werden aan veel woontorens, versterkte huizen vast gebouwd. De torens kregen grotere vensters en de brug voerde niet langer naar de woontoren, maar naar het huis.
4 Veel schilddaken waren rond 1750 vervangen door een tentdak. De weergangen die vervallen raakten, werden gesloopt. Poortgebouwen verrezen aan de wetering.
5 Rond 1850 kregen veel huizen een neogotisch uiterlijk. Ook de ramen in de woontorens werden in dat geval aangepast en kregen spitsbogen zodat ze een geheel vormden met de gevel van het huis.

Kenmerkend is dat veel kastelen langs de Langbroekerwetering een duiventoren op het terrein hebben en veel weilanden en bossen omvatten. Er zijn nog houtwallen te vinden en hier en daar worden wilgentenen gekweekt. Het terrein rondom Hindersteyn, Weerdesteyn en Leeuwenburg is een stiltegebied. Het is een vogelbroedgebied en er is weinig tot geen verkeer en daarom uitstekend wandelgebied.


Eendenmanden en oogst van wilgentenen.

Een van de eerste kastelen die langs de Langbroekerwetering gebouwd werd, was het 13e-eeuwse Sterkenburg. De kern van Sterkenburg is geen woontoren, maar een vesting in de vorm van een ringburcht. Pas in de 18e eeuw is buitenplaats Leeuwenburg aangelegd. Een ander bijzonder huis is Molenstein. Het is gebouwd als een neogotische kapel, maar het heeft nooit als zodanig gefungeerd. Het gebouwtje was vooral bedoeld om het landschap een mooi aanzicht te geven. Tegenwoordig is het in gebruik als woonhuis.


Het 18e-eeuwse Leeuwenburg.

Advertenties